Charlotte Beaudry’s beelden met weerhaken
Een artikel door Eva Wittocx
Hoe komt het we in deze overgemediatizeerde wereld toch nog door beelden kunnen geraakt worden ? Beelden op posters, televisie, reclame, willen ons verleiden, informeren of aanzetten tot consumeren. Afbeeldingen, slogans, kleuren en vormen worden aangewend om ons tot een bepaald gedrag of nadenken aan te sporen. Beeldende kunstenaars brengen ons in uiteenlopende kunstwerken een persoonlijke blik op de wereld waarin we leven. Ze isoleren stukken realiteit, fragmenten of ervaringen en maken die zich eigen. Het resultaat geeft de kijker een tegelijk kritische en open kijk op onze omgeving en scherpt in die hoedanigheid onze geest.
De schilderijen en tekeningen van Charlotte Beaudry behandelen uiteenlopende onderwerpen. Ze zijn figuratief maar niet realistisch. Beaudry kiest bepaalde stukken werkelijkheid en isoleert deze in eenvoudige composities. Hierbij vertrekt ze van foto’s die ze zelf maakt of op het internet vindt. Meestal staat een bepaald idee centraal dat ze in verschillende werken schilderkunstig wil onderzoeken. Bepaalde vormen en beelden vertaalt ze in een persoonlijke stijl waarbij ze bepaalde facetten uitlicht, specifieke karakteristieken blootlegt en met een bepaalde sfeer of gevoel verbindt. Beaudry brengt haar onderwerpen steeds frontaal en haast doekvullend in beeld. Er wordt geen aandacht geschonken of ruimte gemaakt voor een situering of context van de scène of het voorwerp. Het lijkt wel of ze haar secuur uitgekozen onderwerpen in close-up aan onze blik voorschotelt en inzoomt op situaties die we nooit van zo nabij en op die manier ervaren. Door haar onderwerpen te isoleren, portretteert ze voorwerpen, situaties en personages op een manier die de status van het beeld bevraagt. Ze lijkt ons iets mee te willen geven over het abstracte karakter van beelden. Door de context, de boodschap of het verhaal rond of achter de beelden volledig uit te schakelen, lijkt het wel of ze net het belang hiervan wil benadrukken. Sommige van haar beelden herinneren aan de gekende film Blow-up van michelangelo antonioni, waarin de fotograaf in de ban geraakt van een foto. Op zoek naar wat exact afgebeeld is, blaast hij het beeld zo op dat hij het vervormt en dat elke referentie zoek geraakt. Zo ook brengt Beaudry de realiteit zeer dicht op haar schilderdoek, herkenbaar en vreemd tegelijkertijd.
Het isolement van de onderwerpen maakt dat een heel aantal beelden met een zekere melancholie kunnen verbonden worden. Een helm, megafoon, armband of katapult krijgen door hun isolement een zekere droefheid. Hoewel haar schilderijen elk een grote autonomie hebben, wordt hun betekenis vaak versterkt door ze te verbinden met de andere werken die Beaudry in dezelfde reeks of periode maakt. De combinatie van afbeeldingen, zoals de katapult en de megafoon versterken de notie van agressiviteit die ze in zich dragen. Ze worden metaforen voor de menselijke conditie en representeren bepaalde gevoelens van beslotenheid, een wens tot communicatie of schreeuwen. Andere reeksen zoomen in op aspecten van identiteit en het zich willen onderscheiden van de ander. De zes verschillende overwinningsbekers bijvoorbeeld die in close-up geportretteerd worden. Anders dan in het nieuws, ditmaal zonder overwinnaar of referentie naar de verdienste die gesymboliseerd wordt door de banale metalen beker. Een andere reeks focust op overwinningslinten van een reeks ‘ miss ’ winnaressen. De uitsnit van Beaudry toont een fragment lint met het land van afkomst, echter volledig anoniem op een abstracte ondergrond. Vijf doeken van identieke boeddhabeelden in verschillende formaten worden gerangschikt van groot naar klein, als een serie russische popjes die inwisselbaar zijn en hun identiteit verliezen. Doorheen de verschillende onderwerpen geven de schilderijen ons stof tot nadenken bij nieuwsfeiten, sportprestaties, topmodellen, filmsterren, etc.
Charlotte Beaudry schuwt het narratieve in haar werk. Ze wil krachtige beelden neerzetten die direct inwerken en geen verhaal vertellen. Landschappen, architecturale elementen en objecten worden daarom nooit of zelden met personages gecombineerd. Dit sluit uit dat de kijker linken tussen het afgebeelde legt, verbanden zoekt en zo te veel ‘in’ het onderwerp investeert. Beaudry wil dat haar kunstwerken gelezen worden als een directe impuls die een krachtig statement maakt, zowel over het beeld dat als een icoon verschijnt, als over het schilderij zelf als schilderkunstige vertaling. Het afbeelden van personages speelt een belangrijke rol doorheen haar oeuvre. Reeds verschillende jaren zien we hetzelfde androgyne jonge meisje terugkomen, zowel in close-up als levensgroot ten voeten uit geschilderd. Naast het weglaten van een situering zien we dat elke directe referentie naar haar gezicht en dus ook identiteit vermeden wordt. Haar blik is afgewend of haar lange haren, handen of trui bedekken haar gezicht. Haar anonimiteit maakt dat we naar het beeld kijken eerder dan naar het afgebeelde personage. Het tienermeisje poseert alternerend in verlegen en uitdagende poses. We zien haar in beweging, soms vallend, schreeuwend — allen poses of uitdrukkingen die een metafoor lijken voor de onevenwichtige gevoelswereld van adolescenten. Dat ene personage, een goede kennis van de kunstenaar die uitgebreid poseerde, is als een rode draad doorheen tal van werken. Het slanke, jonge, androgyne model representeert enerzijds het alomaanwezige schoonheidsideaal, maar koppelt dit anderzijds aan een evocerende agressiviteit. Het meisje is als een model dat het kijken zelf representeert. Ze onderwerpt zich aan de blik van de andere, echter zonder zichzelf bloot te geven. Ze is aanwezig en afwezig tegelijkertijd. Ze bundelt tegenstrijdige gevoelens van verlangen en frustratie. Het gevecht dat het personage doorheen verschillende poses en houdingen aangaat met haar eigen identiteit wordt daarbij vertaald naar een schilderkunstig gevecht, alsof het personage uit het frame van het doek wil treden. De trui waarin ze haar armen wringt om ze uit te rekken en haar lichaam te verbergen, duidt eveneens op een spanning in het schilderdoek zelf. Wanneer ze wegdraait of het doek uit lijkt te stappen, worden de grenzen van het beeld bevraagd. Het hand waarmee ze haar gelaat bedekt, of zichzelf met verf bespuit, schermt tegelijkertijd de blik van de kijker af.
Terwijl een groot deel van Beaudry’s werk één enkel onderwerp centraal stelt en frontaal afbeeldt, zijn er ook een aantal doeken die het tegenovergestelde beogen. In deze werken kan men meer spreken van een ‘all over’ effect, van een veelheid van gelijkaardige vormen die zonder al te veel hiërarchie of context afgebeeld worden. Een lucht vol vogels, een web van takken, vuurwerk, en dergelijke. Ze vullen het beeld en suggereren een verderzetting voorbij de randen het doek. De veelheid evoceert zowel een spanning als een zekere saaiheid, een niet-onderwerp dat een zeker decoratief karakter in zich draagt. In een groot deel van haar werken primeren vale grijstinten. Kleur is zelden fel en levendig aanwezig. Dit versterkt het gevoel van een zeker verlies dat sommige werken in zich dragen. Gevraagd naar haar aantrekkingskracht tot grijswaarden, vertelt Beaudry dat de meeste schilderijen eerst in grijstinten opgebouwd worden, waarna kleuren toegevoegd worden. Vaak blijkt na deze eerste fase echter dat het beeld al een zekere intensiteit heeft bereikt en kleur overbodig is.
De beelden van Charlotte Beaudry kunnen op twee niveaus gelezen worden, als reflectie op de (on)mogelijkheid van zowel het beeld als het schilderij. Dit gegeven is erg aanwezig in de recente schilderijen die ze naar carnavalmaskers maakte. Inhoudelijk refereren de maskers naar de notie identiteit en afscherming. Vormelijk schildert de kunstenaar enkel de binnenkant van het plastieken masker. Ze toont ons de lege, monochrome achterkant. Schilderkunstig gaat ze de uitdaging aan om deze binnenvorm van het masker, inclusief de juiste dieptewerking, af te beelden. Het doek met het masker wordt als een soort pasvorm waarin de kijker zijn gezicht en blik kan vasthaken, als een gemaskeerde doorkijk op de werkelijk. Ook haar schilderijen met garagepoorten, verlaten parkeerplaatsen of lege kartonnen dozen lijken op verschillende niveaus — letterlijk en figuurlijk — onze blik af te schermen. Op paradoxale wijze plaatst ze haar onderwerpen door ze in close-up te schilderen net op een afstand. Ze zitten te dicht op de huid van het beeld en schilderdoek om ons ermee te kunnen identificeren. De inherente agressiviteit die ze belichamen vergroot de afstand. Haar onderwerpen zijn zowel aan- als afwezig. We kunnen ons er niet op een ‘normale’ manier toe verhouden, zoals we dit doen met de beelden die we voortdurend rondom ons zien en waar we uitgenodigd worden in te stappen. Charlotte Beaudry onderzoekt niet enkel de eigenheid van het beeld op zich, ze gaat ook de confrontatie aan met het schilderij. Ze zet hiervoor codes uit reclame — de closeup, sensuele poses, een frontaliteit, een ondefinieerbare achtergrond — naar haar hand. Er ontstaat een boeiende dialoog waarbij onze blik alterneert tussen het doek als afbeelding en het doek als materiële drager van verf die een illusionaire ruimte wil oproepen.
© Eva Wittocx
—
This text is a part of the book “Charlotte Beaudry” co-published by MER Paper Kunsthalle vzw (Ghent, B) and STUK Kunstcentrum, (Leuven, B), 2008. ISBN : 9789076979663
More info about Charlotte Beaudry : http://www.charlottebeaudry.net/
More info about the book : http://www.charlottebeaudry.net/book.htm
About the author :
Eva Wittocx studied Arthistory at the University of Leuven and Warwick (UK). Between 1998 and 2006 she was curator at S.M.A.K., the museum for contemporary art in Ghent (B). Since june 2006 she works in STUK Artcentre in Leuven (B) where she is in charge of the exhibition programme and the international performance festival Playground (www.playgroundfestival.be). Eva Wittocx has contributed to many catalogues and publications, and regularly writes for artmagazines such as Flash Art International or H-ART.